Over reflectie, motivatie en bestuurlijke stevigheid
In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen verandert er iets. Niet alleen in het politieke landschap, maar ook daaronder bij bestuurders zelf. Voor veel wethouders blijft het werk gewoon doorgaan: dossiers lopen, agenda’s zijn vol, besluiten moeten worden genomen. Toch duikt in die drukte soms een andere vraag op.
Niet: ga ik door of stop ik?
Maar: wil ik dit eigenlijk nog? En zo ja, waarom?
Het is een vraag die zelden hardop wordt gesteld. Niet omdat ze ongepast is, maar omdat ze moeilijk te plaatsen is. Twijfel wordt al snel gelezen als onzekerheid, reflectie als gebrek aan ambitie. Terwijl het tegendeel waar is: juist ervaren bestuurders die met overtuiging werken, stellen zichzelf deze vraag.
Willen, kunnen en moeten
Het wethouderschap vraagt veel. Het is intens, zichtbaar en persoonlijk. Bestuurders dragen grote verantwoordelijkheid en staan voortdurend in het publieke licht. Wie dat al wat langer doet, weet wat het ambt vraagt en merkt soms óók dat het ruimte schept voor een andere afweging: niet of je het kúnt, maar of je het wílt.
Dat verschil is wezenlijk. Kunnen heeft te maken met vaardigheden en draagkracht. Moeten met verwachtingen van buitenaf: van de partij, raad of samenleving. Willen gaat over motivatie, energie en betekenis. In verkiezingstijd lopen die drie vaak door elkaar. De omgeving kijkt vooruit, partijen rekenen, de media speculeert, en de wethouder balanceert tussen resultaat en reflectie.
Toch zegt juist die persoonlijke afweging veel over vakmanschap: over weten waarom je doet wat je doet.
Twijfel als teken van betrokkenheid
Binnen het bestuur wordt twijfel nog vaak gezien als iets dat opgelost moet worden. Alsof een goede bestuurder altijd zeker is. In de praktijk is het anders. Betrokken bestuurders stellen zichzelf vragen: over hun rol, over waar ze staan in hun loopbaan, over wat het wethouderschap nog vraagt en wat het oplevert.
Dat is geen teken van zwakte, maar van bewustzijn. Een vorm van professioneel onderhoud. De vraag wil ik dit nog? gaat zelden over één dossier of één collegeperiode. Ze gaat over tempo, belasting, balans met privé, en over de vraag of je jezelf nog herkent in het werk dat je doet.
Vooruitkijken zonder te beslissen
De moeilijkheid met deze vraag is dat ze vaak wordt verward met een keuze die al vastligt. Alsof reflecteren betekent dat je afscheid neemt. Daardoor blijft ze vaak liggen, uitgesteld tot “na de verkiezingen”.
Terwijl juist verkiezingstijd een moment is waarop vooruitkijken mag, zonder dat het nog iets hoeft te betekenen. Het is de fase waarin scenario’s openstaan en er ruimte is om te onderzoeken wat voor jou belangrijk is los van de uitkomst. Reflectie betekent dan geen breuk, maar steviger staan in je rol, wat de toekomst ook brengt.
Ruimte om te blijven nadenken
In de dagelijkse praktijk van het wethouderschap is weinig plek voor dit soort reflectie. Overleg, dossiers en verantwoordelijkheden vullen moeiteloos de dagen. Persoonlijke vragen raken snel op de achtergrond, terwijl ze vaak bepalen hoe iemand zijn werk doet en ervaart.
De vraag die verkiezingstijd oproept, hoeft niet direct beantwoord te worden. Soms is het al waardevol om haar te erkennen, om haar ruimte te geven. Bijvoorbeeld door jezelf af te vragen: waar krijg ik nog energie van? Wat zou ik anders willen doen? En wat zegt dat over hoe ik mijn rol beleef nu en straks?
Bewust stilstaan
Verkiezingen markeren een moment van overgang. Niet alleen in functies, maar ook in denken. Ze bieden bestuurders de kans om stil te staan bij hun eigen ontwikkeling los van politieke intenties of loopbaanplannen.
Niet om afscheid te nemen, maar om richting te houden. Niet om zekerheid te vinden, maar om helder te krijgen wat er toe doet, en wat nodig is om met overtuiging verder te gaan.