Besturen zonder de regie vast te houden

Wat overheidsparticipatie vraagt van bestuurlijk vakmanschap

Overheidsparticipatie is in korte tijd een vast begrip geworden binnen het lokaal bestuur. Steeds vaker sluiten gemeenten aan bij initiatieven van inwoners, in plaats van die zelf te ontwerpen en te sturen. Achter die verschuiving gaat meer schuil dan een beleidsmatige aanpassing: het raakt aan de kern van wat goed bestuur vraagt.

De recente handreiking Overheidsparticipatie: We doen het samen! van de VNG laat zien hoe gemeenten kunnen meebewegen met initiatieven uit de samenleving. De essentie is eenvoudig: het initiatief ligt niet bij de overheid, maar bij inwoners. Dat vraagt van gemeenten om de rol van partner op te nemen in plaats van die van probleemeigenaar. Voor wethouders is dat geen theoretische verandering, maar dagelijkse realiteit.

Van sturen naar verdragen

Overheidsparticipatie vraagt om loslaten zonder afwezig te worden, en om vertrouwen te geven zonder naïviteit. Dat klinkt overzichtelijk, maar in de praktijk wringt het met wat het wethouderschap traditioneel vraagt: verantwoordelijkheid nemen, besluiten doorhakken en aangesproken worden op resultaten.

Samenwerken met bewonersinitiatieven betekent ruimte laten voor processen die hun eigen tempo en richting hebben. De handreiking maakt dat expliciet: gelijkwaardig samenwerken begint bij een andere houding. Niet automatisch de regie grijpen, maar meebewegen met wat lokaal ontstaat. Dat vergt bestuurlijke kennis, maar ook persoonlijke stevigheid — het vermogen om onzekerheid te verdragen en toch koers te houden.

Tussen leefwereld en systeemwereld

Een tweede spanning speelt zich af tussen de leefwereld van inwoners en de systeemwereld van de overheid. Initiatieven uit de samenleving ontstaan vanuit betrokkenheid en lokale kennis, terwijl gemeentelijke organisaties werken met regels, procedures en verantwoordingsstructuren. Wethouders staan precies tussen die twee werelden in.

In die positie balanceren ze voortdurend: tussen maatwerk en gelijkheid, tussen vertrouwen en controle, tussen ruimte geven en verantwoordelijkheid nemen. Dat is geen zwart-wit keuze, maar een permanent zoeken naar evenwicht. Juist dat maakt bestuurlijk vakmanschap zo belangrijk — en tegelijk zo belastend.

Meegroeien met de context

De VNG spreekt in de handreiking over meegroeien en opgroeiruimte voor bewonersinitiatieven: ondersteuning die meebeweegt met wat een initiatief nodig heeft. Dat principe geldt net zo goed voor bestuurders zelf.

Het wethouderschap is intens en veranderlijk. Rollen verschuiven, opgaven stapelen zich op en verwachtingen veranderen snel. Meegroeien met die dynamiek vraagt niet alleen aanpassingsvermogen, maar ook reflectie: wat neem je mee uit eerdere ervaringen, en wat laat je bewust los?

Reflectie als onderdeel van vakmanschap

Overheidsparticipatie vraagt iets van gemeenten, maar vooral van de mensen die er leiding aan geven. Professioneel leiderschap betekent: aanwezig zijn zonder te overnemen, kaders bewaken zonder ze dicht te timmeren, en blijven reflecteren op je eigen rol.

In een tijd waarin de grenzen van bestuurlijke taken vervagen, is reflectie geen bijzaak maar een voorwaarde. Het is onderhoud aan het vakmanschap dat nodig is om mee te blijven bewegen met een samenleving die steeds meer zelf het initiatief neemt.

Deel dit artikel

Ga snel naar

Programma Post HBO Leergang 2026

Vergroot je kansen op de arbeidsmarkt door te werken aan je persoonlijke ontwikkeling, je competenties en je vaardigheden.

Roeland Doornbosch
Algemeen directeur