Bijna driekwart van de wethouders die maar kort raadslid waren voordat ze aantraden, zegt achteraf zich beter voorbereid te hebben willen voelen. Bij wethouders met meer dan acht jaar raadservaring ligt dat percentage op 16 procent. Het verschil komt uit onderzoek van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden en de Wethoudersvereniging naar de overstap van raadslid naar wethouder.
Dat langere raadservaring helpt, verbaast weinig mensen. De vraag is dan: welke kennis ontbrak eigenlijk bij wie zich niet klaar voelde? Het onderzoek noemt vijf terugkerende verrassingen. De samenwerking met ambtenaren pakt anders uit dan gedacht, regionale samenwerkingsverbanden blijken complexer, het tijdsbeslag valt zwaarder, dossiers zitten dieper in elkaar, en de verhouding tot de eigen voormalige fractiegenoten in de raad verandert fundamenteel.
Dat laatste is misschien het minst voor de hand liggende punt. Een raadslid beoordeelt het college van een afstand. Zodra je zelf wethouder wordt, sta je aan de andere kant van diezelfde tafel, tegenover mensen met wie je vaak jarenlang samen in de fractiebank zat.
Wie al langer raadslid is geweest, heeft dat soort verschuivingen vaker van dichtbij gezien, ook als het om andere wethouders ging. Je zag meerdere colleges opereren, meerdere keren hoe een voorstel zijn weg vond van ambtelijk stuk naar raadsbesluit, meerdere wisselingen tussen coalitie en oppositie. Zelf ervaren is dat niet, maar blijkbaar genoeg om een groot deel van het verschil tussen 75 en 16 procent te verklaren.
Voor raadsleden die relatief snel de overstap maken, is dat geen reden om te wachten. Van de 365 raadsleden die aan het onderzoek meewerkten, gaf meer dan de helft aan ooit wethouder te willen worden. Onder de dertig jaar is dat 88 procent, boven de zestig nog 32 procent. Acht jaar raadservaring opbouwen voordat je de overstap waagt, is voor de meeste mensen sowieso geen optie: politieke kansen laten zich niet plannen naar iemands persoonlijke tijdlijn.
Het onderzoek laat wel zien hoe wethouders dat gebrek aan ervaring in de praktijk compenseerden. Veertig procent leunde vooral op gesprekken met wethouders uit de eigen gemeente. Achtentwintig procent gebruikte trainingen en informatie van de Wethoudersvereniging. Allebei komen ze neer op hetzelfde: ervaring lenen die je zelf nog niet hebt.
De inwerkperiode van een kersverse wethouder is daarmee minder vanzelfsprekend dan hij soms wordt behandeld. Voor wie kort raadslid was, is die periode vooral een kwestie van inhalen: kennis ophalen die een langer zittend raadslid grotendeels al had, zonder dat iemand het ooit training noemde. Wie dat weet, kan gerichter zoeken naar wat helpt: vroeg het gesprek aangaan met een ervaren wethouder, in plaats van pas wanneer het al knelt.
Bron: Nederlandse Vereniging voor Raadsleden en Wethoudersvereniging, gezamenlijk onderzoek naar de overstap van raadslid naar wethouder, via Binnenlands Bestuur, “Ervaren raadslid is beter voorbereide wethouder”, november 2024.