Deel 1: bestuurlijke sensitiviteit — aanvoelen wat er speelt en weten wanneer je moet handelen
Je hebt een voorstel goed voorbereid: de cijfers kloppen, de ambtelijke organisatie is mee, de uitvoering is haalbaar. En toch loopt het overleg vast, omdat een coalitiepartner ineens kritische vragen stelt en de sfeer in de raad omslaat naar twijfel.
Vasthouden aan je inhoudelijke gelijk is dan de makkelijkste reflex, en meestal de verkeerde. Wat wél helpt, is uitzoeken waar die weerstand vandaan komt.
Dat noemen bestuurskundigen bestuurlijke sensitiviteit: het vermogen om belangen, verhoudingen en ongeschreven regels binnen een organisatie aan te voelen, en er goed op te reageren. Wie wethouder is geweest, kent dat niet uit een boek. Je merkt vanzelf dat een technisch sterk voorstel toch kan vastlopen zodra een discussie in werkelijkheid over vertrouwen gaat, niet over de inhoud. En je leert dat een besluit altijd verder reikt dan de mensen die aan tafel zitten.
Dat wil niet zeggen dat een sensitieve bestuurder iedereen tevreden probeert te houden. Soms is juist het besluit dat weerstand oproept het juiste besluit. Waar het om gaat, is dat je begrijpt in welke omgeving je opereert, en bewust kiest hoe je met de gevolgen omgaat.
Ook buiten de politiek wordt zelden alleen op inhoud beslist. Een adviseur met een uitstekend plan schiet er weinig mee op als de belangrijkste stakeholders zich er niet in herkennen, en een toezichthouder die de onderlinge verhoudingen binnen een organisatie niet doorziet, mist iets essentieels. De vaardigheden die je als bestuurder hebt opgebouwd, gelden daar evengoed: belangen wegen, signalen oppikken, weten wanneer je moet doorpakken en wanneer eerst het gesprek nodig is.
Alleen heet het anders. Wat jij politieke verhoudingen en bestuurlijk draagvlak noemt, heet bij een willekeurige werkgever stakeholdermanagement of omgevingsbewustzijn.
Dat maakt een sollicitatiegesprek lastiger dan het klinkt. “Ik heb als wethouder veel ervaring met complexe politieke dossiers” zegt weinig. Een concreet voorbeeld werkt beter: een vastgelopen samenwerking die je weer op gang bracht, of een voorstel dat je bijstelde nadat bleek dat de uitvoering niet was doordacht. Zoiets kan klinken als: “In mijn bestuurlijke functie heb ik geleerd om snel te herkennen welke belangen en onderlinge verhoudingen een besluit beïnvloeden. Bij een complex samenwerkingsproject heb ik verschillende partijen bij elkaar gebracht, weerstand bespreekbaar gemaakt en toegewerkt naar afspraken waar iedereen mee verder kon.” Dat zegt een stuk meer dan de mededeling dat je “over bestuurlijke sensitiviteit beschikt.”
Terugdenken aan een moment waarop een besluit dreigde vast te lopen helpt om zo’n voorbeeld boven tafel te krijgen: wat er destijds speelde, welke belangen je herkende, en wat je vervolgens deed. Schrijf dat op zonder politiek jargon, en er ligt een herkenbare kwaliteit voor de volgende stap. Het ambt eindigt een keer. Wat je erin hebt geleerd, meestal niet.